Onterecht ontslag vanwege wegnemen pak koekjes

Onterecht ontslag vanwege wegnemen pak koekjes

StroopwafelsDe productiemedewerker werkt sinds 2001 bij een bedrijf dat plastic verpakkingen voor de levensmiddelenindustrie maakt. In mei 2019 stopt hij een aangebroken pak koekjes dat geopend op de tafel in de kantine lag in zijn tas. Op enig moment komt zijn werkgever hier achter. Zijn werkgever wil weten wat er precies is gebeurd. De werknemer erkent dat hij de koekjes in zijn tas heeft gestopt. Echter niet om mee te nemen, maar om deze veilig te stellen voor de middagploeg.

Op staande voet

Op een later moment, ten overstaan van twee directeuren, gaf hij toe dat hij de koekjes voor eigen gebruik wilde meenemen. Op deze verklaring kwam hij later weer terug door te beweren dat hij zich geïntimideerd voelde in het gesprek en eigenlijk met pauze wilde. De emoties liepen hoog op tijdens het gesprek. Werknemer sloeg met zijn vuisten op tafel en liep uiteindelijk weg om een schaar van zijn werkplek te pakken en in zijn broek te stoppen en daar dreigend mee te wijzen. Nadat een van de directeuren een aantal keer had verzocht de schaar terug te leggen, gaf de werknemer hier gevolg aan. Dit alles leidde tot een ontslag op staande voet.

Terecht ontslag of niet?

De werknemer vocht het ontslag op staande voet aan. De kantonrechter stelde zijn werkgever in het gelijk en veroordeelde de werknemer tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 4.725 bruto, omdat hij het bedrijf aanleiding had gegeven hem voortijdig te ontslaan. In hoger beroep had hij meer succes. Het gerechtshof oordeelde, mede op basis van aanvullende verklaringen, dat het ontslag op staande voet een te zware sanctie was. Dit gelet op het feit dat de werkgever geen duidelijk kenbaar beleid had wat er wel of niet met de koekjes mocht gebeuren. Het bedrijf had bovendien niet duidelijk kenbaar gemaakt dat het wegnemen van de koekjes kon leiden tot ontslag.

Toch ten onrechte

De man in kwestie was dus ten onrechte op staande voet ontslagen. Vernietiging van de opzegging is echter in hoger beroep niet mogelijk. Het hof wijst daarom het in hoger beroep gedane verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst af. Wel veroordeelt het hof de werkgever tot betaling van een billijke vergoeding van bijna € 7.000 boven op de transitievergoeding. Bovendien hoefde de werknemer de door de kantonrechter vastgestelde gefixeerde schadevergoeding niet aan het bedrijf te betalen.

Diefstal met geringe waarde

In de jurisprudentie zien we dat rechters weinig coulant zijn waar het gaat om zogeheten ‘bagateldelicten’, oftewel diefstallen met een geringe waarde. Dit vanuit de gedachte dat diefstal niet toelaatbaar is. Wel hechten rechters veel waarde aan het door de werkgever opgestelde beleid en met name ook de handhaving daarvan.

Facebooktwitterlinkedinmail